Regelaars
De verwarmingsregeling zorgt voor warmtecomfort en tegelijkertijd voor een spaarzaam verbruik van brandstof en elektrische energie. Ze schakelt de warmteproducent (verwarmingsketel en brander) en de pompen in, wanneer warm water of een hogere kamertemperatuur gevraagd worden. Moderne verwarmingsregelingen berekenen de in de verwarmingsketel vereiste temperatuur (de zogenaamde vertrektemperatuur) in functie van de buitentemperatuur en de gewenste kamertemperatuur streeftemperatuur). De relatie tussen de buitentemperatuur en de vertrektemperatuur noemt men de stookcurve. Hoe lager de buitentemperatuur is, hoe hoger de vertrektemperatuur moet zijn. De verwarmingsregeling kan volgens twee regelprincipes werken:
De regeling in functie van de kamertemperatuur
De regeling in functie van de kamertemperatuur berekent de in de verwarmingsketel benodigde temperatuur of het voor de verwarmingsketel noodzakelijke vermogen op basis van de ingestelde en gemeten kamertemperatuur. Om de kamertemperatuurregeling te gebruiken, moet er een kamer gekozen worden die representatief is voor de ganse woning. Alle factoren die een invloed hebben op de temperatuur in deze "referentiekamer" – waar overigens ook de bedieningseenheid is aangebracht – worden eveneens op alle andere kamers overgedragen. Niet elke woning heeft een kamer die aan die eisen voldoet. In dat geval zijn de mogelijkheden van de regeling in functie van de kamertemperatuur al beperkt. Wanneer u bv. de vensters opent in de kamer waar de kamertemperatuur wordt gemeten, "denkt" de regeling, dat u de vensters in alle kamers van de woning heeft geopend en begint intensiever te verwarmen. Of omgekeerd: u meet de temperatuur in een kamer die naar het zuiden is gericht en waar er zich bovendien verschillende andere warmtebronnen bevinden (zon of andere warmtebronnen, zoals bv. een open haard). Dan "denkt" de regeling, dat het in alle kamers zo warm is als in de referentiekamer en dan wordt het vermogen sterk gereduceerd, zodat het in de kamers die naar het noorden gericht zijn te koud wordt. Wanneer u voor deze regeling kiest, moeten de thermostaatventielen van de radiatoren in de referentiekamer steeds volledig opengedraaid zijn.
De regeling in functie van de buitentemperatuur
Bij de regeling in functie van de buitentemperatuur is enkel de door een buitenvoeler gemeten buitentemperatuur bepalend voor de vertrektemperatuur. Schommelingen van de kamertemperatuur door zonne-instraling, personen, een open haard of andere vreemde warmtebronnen worden niet in aanmerking genomen. Wanneer u voor deze regeling kiest, moeten de thermostaatventielen van de radiatoren zo ingesteld worden, dat de gewenste kamertemperatuur bereikt wordt.